Bisdom Haarlem-Amsterdam

Vandaag is bekend gemaakt dat het bisdom Haarlem met ingang van volgend jaar de naam bisdom Haarlem-Amsterdam zal dragen.

Jubileum
In 2009 is het precies 450 jaar geleden dat het bisdom Haarlem in 1559 werd opgericht en om dit jubileum te markeren is onder meer deze naamswijziging bedacht, aangevraagd en inmiddels ook door de Heilige Stoel goedgekeurd. De naamswijziging wordt in het wapen van het bisdom tot uitdrukking gebracht door toevoeging van de drie Andreaskruisen uit het stadswapen van Amsterdam.

Motivatie
Als motivatie werd onder andere aangevoerd dat het inEuropa gebruikelijk is dat hoofdsteden in de naam van het bisdom genoemd worden, zoalsbijvoorbeeld het geval is bij het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Bovendien zou dit "een goed katholiek teken naar de rest van de wereld" zijn, "vanwege denaamsbekendheid van Amsterdam, zijn rijke katholieke historie, getekenddoor het Mirakel van Amsterdam, en zijn karakter als multireligieuzestadxe2x80x9d, aldus de bisschop mgr. Punt.

Precedent
Ook in Nederland is het niet de eerste keer dat een bisdom zijn naam ‘verdubbelt’. In 2006 werd namelijk ook al het bisdom Groningen omgedoopt tot bisdom Groningen-Leeuwarden (zie daarover mijn eerdere log Dubbel-bisdom).

Oppervlakkig
Zoals ik ook toen al betoogde, vind ik zo’n naamstoevoeging bepaald niet geslaagd. In het geval van Haarlem lijkt het eerlijk gezegd ook net iets teveel op het nadoen van wat men in Groningen heeft gedaan, om nog maar niet te spreken van een publiciteitsstunt ter verhoging van de naamsbekendheid.
Zeker, in de geschiedenis van Amsterdam en het multiculturele karakter van deze stad kan veel katholieks gevonden worden, maar het is dan toch wel wat oppervlakkig om alleen op die basis de naamstoevoeging als een "goed katholiek teken" te bestempelen.

Achterhaald
Nog afgezien van het feit dat met zo’n dubbele naam het gelovige perspectief op geestelijke eenheid vertroebeld wordt door wat al te wereldlijk particularisme, wekt dit geval ook de schijn van een achterhaalde kniebuiging voor de orde van de staat. Weliswaar was het bij het herstel van de bisschoppelijke hixc3xabrarchie in 1853 oorspronkelijk de bedoeling geweest om Amsterdam tot bisschopszetel te maken, tegenwoordig is er voor de Kerk geen reden meer om bij haar interne organisatie zo bij die van de staat aan te sluiten. Temeer daar van de overheid ook zo goed als geen welwillendheid jegens de Kerk meer te verwachten valt.

Eigenheid
Zoals de Kerk er eerder was dan de moderne staten, zo zijn ook talrijke bisschopszetels ouder dan menig hoofdstad. In de loop der tijd kwamen bisschopszetels en hoofdsteden uiteraard vaak samen te vallen, maar waar dat niet het geval was, vormen zulke afwijkende (aarts)bisschoppelijke zetels een belangrijke verwijzing naar de eigen plaats en roeping van de Kerk.

Mogelijkheid
Dat ondanks dit alles vanuit het bisdom Haarlem toch gekozen is om Amsterdam aan de naam toe te voegen, is mogelijk te verklaren vanuit de positie van deze stad als centrum van de Vrouwe van alle Volkeren-devotie. Niet alleen schijnt mgr. Punt als bisschop van Haarlem zich daar nauw bij betrokken te voelen, ook heeft deze devotie wereldwijd inmiddels misschien wel meer aanhangers gekregen, dan er in Nederland actieve katholieken zijn.

Katholieke PR

Het katholieke geloof is geworteld in Traditie: in het doorgeven, in de geloofsover- dracht. Dat veronderstelt dat er communicatie is tussen mensen.
Vanuit het inzicht in de nauwe verbondenheid van vorm en inhoud, van boodschap en medium, heeft de Kerk het geloof vaak op zeer succesvolle wijze weten te ver- kondigen en over te dragen.

Concurrentie
Mede door de secularisatie is deze kerkelijke verkondiging echter sterk achteruit- gegaan. Door de gedwongen inkrimpingen zijn er steeds minder middelen be- schikbaar en het blijkt heel moeilijk om de oude boodschap voor moderne mensen begrijpelijk te maken.
Bovendien zijn tegelijkertijd de media-, reclame- en andersoortige publieke bexc3xafn- vloedingsmechanismen enorm toegenomen. Deze zijn ook steeds meer geprofes- sionaliseerd door de marketing- en public relationsbranche. Tegen deze concur- rentie lijkt de Kerk nauwelijks opgewassen.

Prioriteit
Gezien het zeer grote belang van de geloofsverkondiging zou PR-beleid daarom ook een heel hoge prioriteit moeten hebben bij alle kerkelijke organen en katho- lieke organisaties.
Zoals elk zichzelf respecterende organisatie een PR-beleid, een marketingstra- tegie en een reclamebudget heeft, zo zou ook de Kerk de nodige richtlijnen voor haar public relations moeten hebben en al het nodige geld daarvoor moeten vrijmaken. Public Relations is namelijk communicatie met mensen – en als dat de core business van xc3xa9xc3xa9n organisatie is, dan is dat die van de Kerk!

 

Bewuste keuze

Waarschijnlijk zullen veel mensen weleens in meer of mindere mate teleurgesteld zijn (geweest) in de Katholieke Kerk en/of in haar ambtsdragers.
Men vond Kerk en/of ambtsdragers te streng en te afstandelijk, of juist te laks en te amateuristisch, men zag ze als bijna goddelijk, of juist als al te menselijk, men hoopte veel, maar men kreeg weinig, of men verlangde weinig en men kreeg juist veel…

Bijstellen?
Vanuit zo’n teleurstelling zijn mensen gauw geneigd het instituut of bepaalde functionarissen "de schuld" te geven. Psychologisch gezien zal dat gevoel van teleurstelling echter vaak een gevolg zijn van te hoge of onrealistische verwacht- ingen bij de betreffende persoon zelf.
Een oplossing is dan om de eigen verwachtingen bij te stellen. Maar hoe goed dat ook op allerlei andere terreinen kan zijn, juist bij geloof en Kerk is dat bijstel- len vaak geen echte optie. Het geloof is immers bij uitstek de plaats voor de hoogste idealen en de diepste verlangens…

Test
Een ‘oplossing’ die wel recht doet aan dit specifieke karakter van Kerk en geloof is het bewust kiezen voor de Kerk, voor de Kerk met al haar menselijke gebre- ken. Hoe graag we het ook anders zouden willen, de Kerk is weliswaar Gods pro- ject, maar de uitvoering ervan gebeurt door feilbare mensen, bijna zoals jij en ik.
We kunnen dat zien als een probleem, maar ook als een test, een test om te kijken hoe bewust wij voor God en Zijn Kerk kiezen. Immers: als de Kerk teleur- stellingen en weerstand oproept, dan vereist dat een grotere inzet om haar trouw te blijven, dan wanneer de Kerk vlekkeloos aan onze verwachtingen zou voldoen…

Canonieke graden

Op 7 december j.l. kwam onverwacht het bericht dat de theologische faculteit van de Radboud Universiteit in Nijmegen van het Vaticaan geen wetenschappelijke canonieke graden meer mag verlenen.
Dit omdat de faculteit in gebreke zou zijn gebleven om haar statuten aan de be- treffende kerkelijke richtlijnen aan te passen (zie als reactie hierop een brief van de decaan van de theologische faculteit).
Hoewel dit bericht overal te lezen was, is er nergens bij vermeld wat deze cano- nieke graden nu precies zijn of inhouden. Dat zal ik daarom in deze log doen.

Titels
Net zoals Nederlandse universiteiten de titels van bachelor (in plaats van de vroegere propedeuse), master (vroeger doctorandus of meester), doctor en professor verlenen, zo zijn er ook kerkelijke wetenschappelijke titels. Deze zijn, van laag naar hoog: baccalaureaat, licentiaat, doctor, magister en professor.

Deze kerkelijke of canonieke graden worden nader per wetenschapsgebied gepreciseerd en luiden dan, met bijbehorende afkortingen, als volgt:

Rechten:
Baccalaureaat in het canoniek recht (Lat.: Juris Canonici Baccalaureus – JCB)
Licentiaat in het canonieke recht (Juris Canonici Licentiatus – JCL)
Doctor in het canonieke recht (Juris Canonici Doctor – JCD)

Filosofie:
Doctor in de filosofie: (Lat.: Philosophiae Doctor – PhD)

Theologie:
Baccalaureaat in de hl. theologie (Lat.: Sacrae Theologiae Baccalaureus – STB)
Licentiaat in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Licentiatus – STL)
Doctor in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Doctor – STD)
Magister in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Magister – STM)
Professor in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Professor – STP)

Verouderde graden:
Baccalaureaat in beide rechten (Lat.: Juris Utriusque Baccalaureus – JUB)
Licentiaat in beide rechten (Juris Utriusque Licentiatus – JUL)
Doctor in beide (canoniek en civiel) rechten (Juris Utriusque Doctor – JUD)
…en:
Licentiaat in de Heilige Schrift (Lat.: Licentiatus Sacrae Scripturae – LSS)
Doctor in de Heilige Schrift (Doctor Sacrae Scripturae – DSS)
Doctor in de Goddelijkheid (Divinitatis Doctor – DD)

—————————-

Baccalaureaat
De theologische baccalaureaatsstudie duurt 5 jaar, of 3 jaar indien de student reeds 2 jaar een filosofische studie heeft gevolgd. Het baccalaureaat wordt, ondanks de lange duur, gelijkgesteld met de Nederlandse mastertitel.

Licentiaat
Wie voor het baccalaureaat geslaagd is kan doorgaan met het licentiaat dat 2 jaar duurt en afgesloten wordt met het schrijven, verdedigen en publiceren van een theologische verhandeling. Het licentiaat komt overeen met de Nederlandse mastertitel.
Het licentiaat in de theologie (STL) is vereist om theologie te mogen doceren aan een seminarie, hoewel vele docenten doorgaans doctor in de theologie (STD) zijn. Ook voor de benoeming tot vicaris-generaal of (hulp)bisschop is een licenti- aat in de theologie wenselijk.
Het licentiaat in het canoniek recht (JCL) is vereist om benoemd te kunnen word- en als lid van een diocesane kerkelijke rechtbank.

Doctor
Heeft men het licentiaat behaald, dan kan men door het schrijven, verdedigen en publiceren van een theologisch proefschrift de graad van doctor behalen. Deze kerkelijke graad komt overeen met de Nederlandse doctorstitel.
Het doctoraat in de theologie (STD) is vereist om les te mogen geven aan een katholieke universiteit of faculteit.
Het doctoraat in het canoniek recht (JCD) zal vereist zijn voor de leden van de tribunalen (gerechtshoven) van de Romeinse Curie.

Magister
Wie eenmaal de graad van doctor heeft verworven kan tenslotte door het schrij- ven, verdedigen en publiceren van een magistraal proefschrift de graad van magister verwerven. Deze graad kent geen vergelijkbare Nederlandse titel.
Van de weinige Nederlanders die deze hoge graad verworven hebben, noem ik hier:
- prof.mag.dr. E.C.F.A. Schillebeeckx (hoogleraar theologie)
- mag.dr. J. Hermans (secretaris van de Nationale Raad voor de Liturgie en docent aan de seminaries van de bisdommen Roermond en Haarlem)
- prof.mag.dr. L.J. Elders (hoogleraar filosofie en theologie)

Professor
De graad of titel van professor wordt verleend aan hen die als hoogleraar benoemd worden op een kerkelijke of door de Kerk erkende universiteit of faculteit. Dit is overeenkomstig het gebruik aan de Nederlandse universiteiten.

Verlening
De meest voorkomende kerkelijke graden of titels zijn het baccalaureaat (STB), het licentiaat (STL) en het doctoraat (STD) in de theologie. Zo verleende de Rad- boud Universiteit het baccalaureaat en het licentiaat, zij het zeer zelden en dan nog alleen aan priesters of priesterstudenten.
De Katholieke Universiteit Leuven mag bovendien ook nog de graden van doctor en magister verlenen (zie daarover Canoniekrechtelijke Graden).
Het baccalaureaat in de theologie mag ook verleend worden door de seminaries van de bisdommen Roermond (Rolduc) en Haarlem (het Willibrordhuis), die door Rome alszodanig erkend zijn.

Erkenning
De kerkelijke titels of graden mogen verleend worden door kerkelijke universiteiten en seminaries, alsmede door openbare universiteiten of faculteiten die daartoe bevoegd zijn op grond van een erkenning door de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding. Om voor zo’n erkenning in aanmerking te komen moet de betreffende instelling voldoen aan de vereisten zoals die zijn vermeld in de apostolische constitutie Sapientia Christiana uit 1979.

Patriarch van het Westen

Vorige maand bleek dat in de officixc3xable lijst van pauselijke titels in het Pauselijk Jaarboek (It.: Annuario Pontificio) de titel "Patriarch van het Westen" niet meer voorkwam. Daar werd toen geen verklaring voor gegeven, wat aanleiding gaf tot de nodige speculaties.

Titulatuur
Tot dan toe had de Paus de volgende titels: Plaatsbekleder van Christus, Opvolg- er van de apostel Petrus, Opperherder van de Universele Kerk, Patriarch van het Westen, Primaat van Italixc3xab, Aartsbisschop en Metropoliet van de Romeinse Kerkprovincie, Bisschop van Rome, Soeverein staatshoofd van Vaticaanstad, Servus Servorum Dei, Pontifex Maximus, Pater Patrum.

Reden?
Als mogelijke reden voor het weglaten van de titel "Patriarch van het Westen" werd gedacht aan een geste in de richting van de Oosterse Orthodoxe Kerken. Al sinds paus Paulus VI (1963-1978) worden diverse, maar tot nu toe vruchteloze pogingen onder- nomen om tot een betere verstandhouding of zelfs een herenig- ing met deze Kerken te komen.
Mocht dit inderdaad de bedoeling zijn geweest, dan is dat een behoorlijke mis- rekening gebleken: de Orthodoxe Kerken zijn inmiddels tamelijk gexc3xafrriteerd geraakt door het laten vallen van deze pauselijke titel.

Visie
Wij in het Westen denken vaak dat wij ons vanuit ons geloof nederig dienen op te stellen en moeten afzien van overbodige(?) titels, ambten, rituelen en andere pracht en praal.
In het Oosten is het echter precies omgekeerd: daar hecht men juist bijzonder veel waarde aan tradities, protocollen, titels en waardigheden en heeft men een bijzonder scherpe neus voor de kleinste details en veranderingen op dat gebied. Vanuit die visie is het eigener beweging afzien van een oude titel een blijk van zwakte en van gebrek aan respect voor de traditie.

Averechts
Ook inhoudelijk heeft het laten vallen van de titel Patriarch van het Westen een averechts effect: deze titel was namelijk geen hindernis om tot een verbeterde relatie te komen, maar had juist een mooie brugfunctie kunnen vervullen.
In de Oosterse Orthodoxe Kerken zijn er immers diverse patriarchen, onder ere- voorzitterschap van de patriarch van Constantinopel, die daarmee als Patriarch van het Oosten geldt.

Gelijke
De Paus had als Patriarch van het Westen diens gelijke kunnen zijn. Want wat de Orthodoxe Kerken dwarszit is niet de titel Patriarch van het Westen, maar de pauselijke pretentie van het universele leiderschap als plaatsbekleder van Christus.
Maar nu de titel van patriarch van het Westen kennelijk is afgeschaft, is de Paus, vergeleken bij de Oosterse patriarchen en bij de patriach van Constantinopel in het bijzonder, ofwel de mindere in rang (als aartsbisschop van Rome), ofwel de meerdere (als zijnde de plaatsbekleder van Christus)…!

Verklaring
Door dergelijke verwondering, speculaties en onbegrip heeft het Vaticaan zich genoodzaakt gezien om met een korte verklaring te komen: de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen heeft afgelopen woensdag te kennen gegeven dat de reden voor het "afstaan" van de titel Patriarch van het Westen gebaseerd is op een historische uiteenzetting door de franciscaanse theoloog Adriano Garuti over de oorsprong en het gebruik van deze titel.
De titel zou volgens die verhandeling een zowel historisch als leerstellig onduide- lijke grond hebben, slechts zelden door pausen gevoerd zijn en pas sinds 1863 in het Pauselijk Jaarboek opgenomen zijn geweest. Bovendien zou de term "het Westen" minder toepasselijk zijn, omdat daar vroeger alleen West-Europa onder viel, maar er tegenwoordig ook de VS en Australixc3xab onder worden verstaan.Verder wordt nog gezegd: "Met het afstaan van deze titel willen we recht doen aan een historische en theologische werkelijkheid, en tegelijkertijd willen we afzien van de aanspraak op deze titel, we hopen dat dit gebaar ten voordele mag komen van de oecumene."

Oorsprong
Wat bedoeld wordt met dat de titel Patriarch van het Westen een onduidelijke grond zou hebben, is niet helder, gezien het feit dat al in de 4e eeuw Rome, naast Alexandrixc3xab en Antiochixc3xab, xc3xa9xc3xa9n van de drie grote patriarchaten was, een titel die aan deze zetels toekwam vanwege hun apostolische oorsprong.
In 381 werd ook Constantinopel tot patriarchaat verheven, waarbij aan deze zetel tevens het ereprimaatschap voor het Oosten toekwam, net zoals dat voor het Westen toekwam aan de zetel van Rome. Al deze patriarchaten werden door de Romeinse keizer Justinianus (527-565) officieel erkend. De bisschop van Rome heeft dus als gezetene op een apostolische zetel altijd al op gelijke hoogte gestaan met zijn oosterse "collega’s" en om die reden kwam aan hen allen de titel van patriarch toe.
Wat de bisschop van Rome echter van hen onderscheidde is dat hij als opvolger van de apostel Petrus, op wie Christus Zijn Kerk had gegrondvest, het hoofd van heel de universele Kerk is.

Historisch
Op deze wijze laten de diverse pauselijke titels in hun gelaagdheid onder meer de historische ontwikkeling van de positie van het Pausschap zien. Dat daarin veranderingen zijn opgetreden en een term als "het Westen" langzaamaan een andere betekenis heeft gekregen, had geen reden mogen zijn om een zo belangrijke titel zonder duidelijk grond of reden uit de historisch gegroeide keten van titels te schrappen…

Bij tradities, zoals zulke titels, gaat het niet alleen om hoe het vroeger was, maar ook om wat ze voor de toekomst kunnen betekenen. Iets afschaffen is dan een zwaktebod, waarmee bovendien een rijke historische lading verloren gaat…

Dubbel-bisdom…

Het wapen van het bisdom GroningenVandaag vieren de bisdommen Rotterdam en Groningen dat zij 50 jaar geleden zijn opgericht.
In Rotterdam werd dat herdacht met een plechtige eucharistie- viering waar ook prins Willem Alexander en prinses Maxima bij aanwezig waren.
In Groningen werd ter gelegenheid van dit jubileum bekend gemaakt dat het bisdom voortaan Groningen-Leeuwarden zal heten.

Historisch
Met deze naamswijziging wil men het oude bisdom Leeuwarden in herinnering roepen, dat in 1559 werd opgericht, maar door de Reformatie al na enkele decennia aan zijn eind kwam. Tevens zou het "bijdragen tot een goede uitoefening van de zielzorg wanneer rekening wordt gehouden met de verscheidenheid van het Godsvolk en de eigen aard van aardrijkskundige en historische personen of plaatsen", zoals de officixc3xable goedkeuring van de naam door het Vaticaan vermeldt.

Eenheid
Hoe aardig deze redenering ook klinkt, toch gaat er met de dubbele naam een belangrijk symbolisch element verloren: een bisschop staat als vertegenwoordiger van Christus namelijk voor de eenheid. Zijn bisdom wordt genoemd naar de stad waar hij zijn zetel heeft en zoals de persoon van de bisschop de geestelijke spil van de rondom hem verzamelde gelovigen is, is ook de bisschopsstad het centrum van het bisdom.

Hogerop
Door een bisdom naar twee steden te noemen wordt afbreuk aan deze symbolisering van en dit uitzicht op eenheid gedaan. Vernoeming naar twee steden is het buigen voor al te menselijk en kleinburgerlijk provincialisme, is kijken naar beneden in plaats van naar boven…
De bisschop en zijn zetel zijn weliswaar aardse realiteiten, maar moeten juist daarom naar boven verwijzen, naar de Paus te Rome en naar Christus in het Hemelse Jeruzalem – xc3xa9xc3xa9n en onverdeeld!

Alternatief
Er zijn wel meer bisdommen met een dubbele naam, denk aan Mechelen-Brussel en Mxc3xbcnchen-Freising, dus er is een precedent voor de actie van het bisdom Groningen, zij het dat het in de genoemde gevallen gaat om oude en eerbiedwaardige bisdommen, terwijl het bisdom Leeuwarden maar een heel kortstondig bestaan heeft gekend.
Anderzijds is het een goed gebruik in de Kerk om oude plaatsen waar geen bisschop meer resideert te vergeven aan titulair bisschoppen. Dat zijn bisschoppen die wel gewijd zijn, maar zelf geen zetel hebben en bijv. als hulpbisschop of nuntius fungeren. Zij krijgen dan zo’n oude zetel toegewezen, waarmee de herinnering daaraan levend wordt gehouden.

Titulatuur

Van oudsher gelden voor katholieke geestelijken aparte (aanspreek)titels. Deze zijn sinds de jaren ’60 van de 20e eeuw grotendeels in onbruik geraakt, maar zeker in de omgang met wat hoge geplaatste prelaten is het goed om te weten wat precies de juiste titel is. Hoe pijnlijk zou het immers zijn wanneer men een kardinaal met monseigneur zou aanspreken…

Hier volgen daarom voor de meest voorkomende rangen binnen de Katholieke Kerk de adressering/aanhef en de aanspreektitels. De adressering wordt gebruikt op brieven, de aanhef als aanhef van de eigenlijke tekst van een brief (in plaats van het normale geachte) en de aanspreektitel is hetgeen men ter begroeting tegen de betreffende persoon zegt.

De Paus
Adressering: Zijne Heiligheid (paus N.N.)
Aanhef: Heiligheid
Aanspreektitel: Heilige Vader; Uwe Heiligheid

Kardinaal
Adressering: Zijne Excellentie N. kardinaal N.
Aanhef: Excellentie
Aanspreektitel: Eminentie

Aartsbisschop en Bisschop
Adressering: Zijne hoogwaardige excellentie N.N.
Aanhef: (hoogwaardige excellentie,) Monseigneur
Aanspreektitel: Monseigneur

Bischoppelijk vicaris en Erekapelaan van de Paus
Adressering: De hoogwaardige heer N.N.
Aanhef: (hoogwaardige heer,) Monseigneur
Aanspreektitel: Monseigneur

Pastoor
Adressering: De zeereerwaarde heer N.N.
Aanhef: Zeereerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer pastoor

Diaken
Adressering: Eerwaarde heer N.N.
Aanhef: Eerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer

Waarheid en/of Eenheid…?

Een centraal spanningsveld in het Christendom is de verhouding tussen Waarheid en Eenheid. Aangezien Christus Zich in de Bijbel bekend maakt als zijnde “de Weg, de Waarheid en het Leven” en zijn volgelingen oproept tot eenheid, raakt deze verhouding de kern van het geloof.

Hoogstpersoonlijk
Geloof is in de kern een hoogstpersoonlijke keuze, namelijk die van het al of niet geloven van wat overgeleverd is, van het al of niet aanvaarden van Gods Liefde en daarmee van het al of niet deelhebben aan het Mystieke Lichaam van Christus en zo in de Verlossing die Hij voor ons bewerkstelligd heeft.
Daarnaast is geloof ook een subjectieve aangelegenheid omdat het door iedereen op zijn eigen manier geinterpreteerd, beleefd, ingevuld en gevoeld wordt. Dat is het gevolg van het feit dat geloven zowel iemands diepste kern, als zijn of haar hele wezen raakt, betreft en omvat.

Meningsverschillen
Teveel nadruk op de subjectieve beleving, op het persoonlijke en het individuele kan echter gauw leiden tot grote meningsverschillen met andere gelovigen. Hoe meer iemand zijn eigen persoonlijke visie en beleving als ‘de waarheid’ ziet, hoe eerder men daardoor in conflict komt met de zienswijze van een ander, die zijn of haar geloof op zijn manier beleeft.
Er zijn in zo’n geval twee mogelijkheden:
- Ofwel men vindt de (eigen) waarheid belangrijker dan de eenheid – en ieder gaat zijns weegs;
- Ofwel men vindt de eenheid belangrijker dan de (eigen) waarheid – en probeert het met elkaar eens te worden.

Waarheid boven Eenheid
De nadruk op de eigen waarheid, op het eigen ‘pure geloof’ is vooral te vinden in de protestantse hoek. Daar ligt de nadruk op het individuele geloof, dat boven de eenheid gaat. Vanuit die gedacht hebben de protestanten zich in de 16e eeuw afgescheiden van de Rooms-Katholieke Kerk, zich losgemaakt uit de eenheid rondom de Paus.
Helaas bleef het niet bij die ene afscheiding, maar bleek het protestantse principe van ‘waarheid boven eenheid’ een ‘repeterende breuk’… gaandeweg scheidden zich telkens weer grotere en kleinere groepen af omdat hun ‘waarheid’ anders was dan die van de meerderheid. Resultaat was en is nog steeds een enorme versnipperde verscheidenheid van kerken, richtingen, gemeenten, gemeenschappen en individuen.

Eenheid boven Waarheid?
In de katholieke traditie gaat daarentegen de Eenheid boven de Waarheid. Dit lijkt te suggereren dat dan de waarheid wordt opgeofferd aan de eenheid, maar dat is niet het geval. Door het bewaren van de eenheid met de Paus, sluit men zich namelijk ‘automatisch’ aan bij de ‘waarheid’ zoals die is neergelegd in de leer van de Kerk en die door het pauselijke gezag wordt gewaarborgd.
Waarheid zoals je die zelf ziet, zonder daarbij rekening te houden met een ander, of je zelfs van anderen af te scheiden is namelijk egocentrisch en daarom niet christelijk. Waarheid veronderstelt gemeenschappelijkheid en op grond van het Evangelie gemeenschap met Christus.

Leeftijdsgrens Pausschap??

Vanavond heeft de bisschop van Breda, mgr. Tiny Muskens, in het IKON-programma ‘Spraakmakende Zaken‘ weer eens gezegd dat de Paus voortaan misschien voor 10 of 15 jaar gekozen zou moeten worden, al dan niet in combinatie met een leeftijdsgrens van 85 jaar.

Eerder
Deze discussie heeft al vaker gespeeld, met name tijdens de laatste jaren van de vorige Paus, Johannes Paulus II, die toen door verzwakking steeds minder van zijn (openbare) taken kon vervullen. Bij diverse mensen kwam toen de vraag op of de Paus nog wel zelf de zaken van de Kerk in de hand had, of dat anderen binnen de Curie achter de schermen ‘aan de touwtjes’ trokken. Bovendien leefde de angst dat de Paus misschien ook wel zijn geestelijke vermogens kwijt zou kunnen raken en dan helemaal niet meer tot besturen in staat zou zijn.

Voorstellen
Meermalen zijn toen ook voorstellen gedaan om zulke ‘ouderdomsproblemen’ bij de Paus te voorkomen, bijvoorbeeld dus door de Paus niet meer voor het leven, maar voor een beperkte termijn te kiezen of door een leeftijdsgrens van 80 of 85 jaar in te stellen.

Onbekend
Hoe aardig deze voorstellen misschien ook klinken, zij lossen de zich eventueel voordoende ‘problemen’ niet op:
- Niemand kan vooraf weten welke ziekten een Paus kan krijgen en wanneer precies, net zo min als niemand kan weten wanneer een Paus overlijdt. De ene Paus kan op z’n 90e nog vlot en helder van geest zijn, een andere is misschien op zijn 75e al dement.

Consequenties
Voorts heeft het stellen van een leeftijdsgrens voor het Pausschap heeft allerlei consequenties, waarvan het maar zeer de vraag is of die wel zo gewenst zijn:
- In het conclaaf kunnen de kardinalen dan nl. precies uitrekenen hoelang deze of gene kandidaat nog aan zal blijven, wat een behoorlijke druk op c.q. inperking van de pauselijke handelingsvrijheid betekent.
- Als het de leeftijdsgrens nadert zal de Paus (net als bij presidenten) een zgn. “lame duck” worden: hij zal veel van zijn gezag verliezen omdat men weet dat er binnenkort een nieuwe Paus komt, waarop men alvast zal anticiperen.
- De door een met emeritaat gegane Paus benoemde kardinalen, bisschoppen en andere functionarissen zullen door een meer of minder sterke loyaliteit aan hem verbonden blijven, wat (loyaliteits)problemen kan geven voor zijn opvolger in het Pausambt.

Afbreuk
Ook vanuit het standpunt van de gelovigen gezien heeft een leeftijdsgrens voor de Paus consequenties:
- Het zal moeilijk zijn om min of meer gedwongen afstand te doen van de loyaliteit aan, de bewondering of zelfs verering voor een Paus, wanneer die moet aftreden als hij 80 of 85 jaar wordt. Een band met een nieuwe Paus opbouwen is moeilijker als de oude nog in leven is. Dat is duidelijk te zien bij ons koningschap: voor de oudere generatie is wijlen koningin Juliana toch altijd nog “hun koningin” gebleven, ook al was Beatrix formeel aan de macht.
- Een leeftijdsgrens zal ook afbreuk doen aan het beeld van de Paus als plaatsbekleder van Christus: als er naast de regerende Paus nog een afgetreden Paus is, dan zijn er als het ware 2 plaatsbekleders, wat op z’n zachtst gezegd niet erg past bij de uniciteit van Christus… Ofwel Hij wordt ten volle vertegenwoordigd door slechts 1 persoon, ofwel het pausschap wordt (in geval van een leeftijdsgrens) een soort tijdelijke “rol” waar je afstand van kan doen: want wat is een afgetreden Paus dan: nog steeds plaatsvervanger van Christus, of nog maar een beetje, of alleen in naam of helemaal niet…??.
- Een Paus die voor het leven wordt gekozen, wordt daarmee geheel en al aan God toevertrouwd, de duur van zijn pontificaat, zijn leven en welzijn zijn dan in Gods Hand… en dat is een overgave die past bij de radicaliteit die de navolging van Christus nu eenmaal met zich mee kan brengen, en die ons door de huidige Paus ook op indrukwekkende wijze wordt voorgeleefd.

Vrijwillig
Het vantevoren instellen van een leeftijdsgrens is overigens iets anders dan de mogelijkheid voor de Paus om eigener beweging vrijwillig afstand te doen van zijn ambt. Zo’n vrijwillige afstand (waartoe een Paus niet dan in het uiterste geval toe zal overgaan) brengt weliswaar enkele van eerder genoemde “problemen” met zich mee, maar doet op zich weinig af aan de meerwaarde die een levenslange ambtstermijn heeft.

Bisschoppen
Voor (aarts)bisschoppen geldt trouwens wel reeds een leeftijdsgrens, maar voor hen is dat “minder erg” omdat zij als de opvolgers van de apostelen gelden, waarvan er, zoals bekend, meerdere waren, die elkaar al van begin af aan opvolgden. Neemt niet weg dat bisschoppen ook na hun emeritaat vaak nog groot gezag genieten of zelfs invloed hebben en dat is bij bisschoppen soms al een precaire zaak, dus laat staan als het de bisschop van Rome betreft…

De Curie hervormen?

De laatste weken ging in Rome het gerucht dat de nieuwe paus Benedictus XVI mogelijk plannen heeft om de Curie, het centrale bestuur van de Rooms-Katholieke Kerk te hervormen. Meer in het bijzonder zouden diverse nieuwe benoemingen en een verkleining van het aantal personeelsleden gepland zijn.

Misverstanden
Waarschijnlijk zullen veel mensen denken dat een verkleining van het personeelsbestand aan de top van de Kerk een goede zaak is, immers die mensen moeten allemaal betaald worden en dat geld zou misschien beter gebruikt kunnen worden.
Het is echter goed om er even bij stil te staan hoe groot de Curie in werkelijkheid is, want men zal namelijk gauw geneigd zijn te denken dat de Curie een tamelijk grote organisatie moet zijn.

Werkelijkheid
Het tegendeel is echter het geval: in 2004 werkten er voor het Vaticaan als geheel slechts 2663 mensen. Daaronder vallen ook mensen die niet direct bij het bestuur van de Kerk betrokken zijn, maar bijv. voor het onderhoud van de gebouwen (zoals de Sint Pieter) zorgen en in de Vaticaanse musea werken.
Voor de Curie zelf werken in totaal niet meer dan 500 man! Dit handjevol mensen behandelen, onder leiding van de Paus, alle nodige zaken voor de bijna 2700 bisdommen, 220.000 parochies en de meer dan 1 miljard gelovigen wereldwijd.

Efficixc3xabnt
In vergelijking met de centrale leiding van een multinational of van een land, is dat een onvoorstelbaar klein aantal en daaruit volgt dat de Katholieke Kerk van alle grote (internationale) organisaties veruit het meest efficixc3xabnte bestuur heeft.
De reden voor die efficixc3xabntie ligt voor een groot deel in het feit dat de meeste curiemedewerkers geestelijken zijn, die vanuit hun roeping en omdat zij geen gezin hebben zich bij wijze van spreken dag en nacht aan hun werk wijden. Keerzijde van deze enorme inzet is dat er ook sprake is van overbelasting, die mede de oorzaak is van het feit dat de zaken die door Rome moeten worden behandeld vaak bijzonder lang duren.

Beter
De conclusie die hieruit getrokken kan worden, is dat het voor andere organisaties misschien goed is om aan de top wat “af te slanken”, maar dat het voor de Curie beter zou zijn om niet in te krimpen, maar juist uit te breiden en meer mensen in dienst te nemen.
Dan zou de werkdruk afnemen en zouden de zaken sneller (en misschien ook wel beter) afgehandeld kunnen worden. Daar zou iedereen beter van worden en de kosten van enkele tientallen extra medewerkers zullen voor een mondiale organisatie als de Rooms-Katholieke Kerk ook niet onoverkomelijk zijn.